De kleuren: grijs- en wittinten, grauwheid troef, het groen langs de wegkanten in de winter door regen en pekel verzwart tot winters verzet, een grote behoefte aan regen.
Zij zitten in de auto. Zoals zo vaak. Op dezelfde manier. Het is goed. Ze hebben lol, ze houden af en toe elkaars hand vast, ze knijpen even in elkaars been. Geen idee waarover het gesprek gaat; waarschijnlijk over niets, daar hebben ze patent op, zijn eeuwige onderwerpen achter zich, of hen, gelaten. Waarheen ze op weg zijn is ook niet duidelijk; wel dat ze een brug over moeten.
Een enorme stalen boogbrug doemt voor hen op. Twaalf banen asfalt worden acht, dan vier, met een scheiding in het midden voor het tegemoetkomende verkeer dat inmiddels door diezelfde scheiding niet zichtbaar meer is. Het licht verandert, het stalen gebinte van de brug laat weinig licht door en steekt wit af tegen een donkergrijze lucht. Intussen geinen ze, en zijn gelukkig, met elkaar. Denken ze.
Plotseling vertraagt de tijd en gaat het beeld over in slow-motion. Helle, gelige waarschuwingslichten boven de rijbaan geven aan dat het beweegbare gedeelte van de brug, dat zich aan het einde van de boog bevindt, open zal gaan. x93Let op: Slagbomen dalen automatisch!x94 Dat soort kreten. Ze bevinden zich op de rechterrijstrook als hij remt, terugschakelt, en gas terugneemt. Ze hebben, zoals altijd, geen haast. Zo kan hij weer een kwartier stelen als ze voor de slagbomen moeten wachten, als een film die vertraagd is opgenomen en wordt afgespeeld, hij geniet er van; tijd is eeuwigheid.
Op dat moment scheert aan de linkerzijde hen een witte, ouderwetse Amerikaanse slee voorbij. Ze kijken elkaar in paniek aan, en dan weer recht vooruit. Even verderop verheft het wegdek zich reeds in de hoogte. Ervxf3xf3r lijkt de gesloten slagboom duidelijke taal te spreken. De neus van de slanke witte auto past er precies onder, schuift er onder en met een enorme klap vliegt de balk de lucht in, de auto rijdt met dezelfde snelheid ongehinderd onder de rood-witte gestreepte uiteenspattende resten door. Het bewegende brugdeel erachter, reeds in de lucht, lijkt zich plotseling zich te willen verzetten alsof het denkt: Zeg! Dit gaat zo maar niet! En alsof de brugwachter denkt, hxe9, wacht even, dit is gevaarlijk! laat hij de teugels vieren, proberend het wegdek op tijd te sluiten. Alsof hij dat zou kunnen. Want de tijd is stroperig. De enorme stalen klep, die eerder aan het open gaan was komt in een vertraagde beweging naar beneden, maar veel sneller dan normaal mogelijk is. Het kan het plotselinge controleverlies van de brugwachter niet aan. Kennelijk is het niet berekend op verschillende commandox92s ter rechter en linkerzijde van haar scharnierpunten, ze raakt uit het lood, en in plaats van recht en statig neer te dalen stort ze in xe9xe9n beweging schuinweg op het wegdek, vlak voor de op dat moment nog steeds in volle snelheid arriverende witte auto. Door al het geweld stuitert het brugdeel deel terug omhoog, de auto zo toegang verlenend tot de ruimte achter haar, die over de rand in het zwarte niets verdwijnt.
Terwijl ze in verbijstering toekijken hoe de auto is verdwenen in het donkere, passeren daarop links van hen enkele enorme vrachtautox92s. In volle vaart omdat hun chauffeurs denken dat de brug al weer dicht is rijden ze op het nu opnieuw neervallende brugdeel toe. En als ze in de gaten krijgen dat de weg behoorlijk geblokkeerd is door verwrongen staal en een brugdeel dat niet meer vlekkeloos sluit gaan ze vol in de remmen. Te laat. De opleggers gaan scharen, en boren zich, de xe9xe9n na de ander in elkaar en in het nog resterende neerstortende deel. Tegen dit geweld blijkt ook de rest van de brug niet bestand. Stalen boogspanten komen naar beneden, storten op de vrachtautox92s en rond de stilstaande auto van het onfortuinlijke in verbijstering toekijkende stel. Naast hen kruipt een bestuurder van een kleine bestelauto in het laadgedeelte van zijn auto in de hoop dat dit steviger is dan de cabine. Zij vertrouwen op hun eigen auto.